De toetsing is gebaseerd op algemene uitgangspunten, waarbij twee toestanden van de doorsnede worden beschouwd: de ongescheurde doorsnede (de treksterkte van het beton wordt niet verwaarloosd) en de volledig gescheurde doorsnede (de treksterkte van het beton wordt verwaarloosd). De oplossing met verwaarloosde treksterkte van het beton wordt beschouwd onder de aannamen van artikel 7.1 (2) EN 1992-1-1.
Bij het berekenen van de spanningen en doorbuigingen wordt de doorsnede beschouwd als ongescheurd, als de trekspanning door buiging niet groter is dan fct, eff. De waarde van fct, eff mag worden aangenomen als fctm of fctm,fl. De waarde fctm wordt gebruikt bij het berekenen van de scheurwijdte en tension stiffening.
Als onderdeel van deze toetsing behandelen we vier basisgevallen met betrekking tot de spanningsbegrenzing.
- 7.2 (2) De drukspanning in staven die blootgesteld zijn aan omgevingen van milieuklassen XD, XF en XS moet worden beperkt:
- 7.2 (3) De spanning in het beton onder quasi-blijvende belastingen wordt beperkt:
- 7.2 (5) De trekspanningen in de wapening onder de karakteristieke belastingcombinatie moeten worden beperkt:
- 7.2 (5) Wanneer de spanning wordt veroorzaakt door een opgelegde vervorming, mag de trekspanning niet groter zijn dan:
De waarden k1, k2, k3, k4 voor gebruik in een land zijn te vinden in de Nationale Bijlage van dat land. De aanbevolen waarden zijn respectievelijk 0,8; 1 en 0,75, de karakteristieke vloeispanning van de wapening, fck de karakteristieke cilindersterkte fck bepaald na 28 dagen.