Ontwerp van doorsneden van gewapend beton volgens EN 1992-1-1 en EN 1992-2.
Buiging
Afschuiving
Torsie
Interactie
Toetsing van de spanningsbegrenzing
Scheurcontrole
N-M-κ diagram
Literatuur
Buiging
Methoden voor de toetsing van de doorsnedecapaciteit
Voor de toetsing van de uiterste grenstoestand van 1D-betonstaven zijn twee bekende methoden beschikbaar. De eerste methode levert de uiterste doorsnedeweerstand in de vorm van een interactieoppervlak of een interactiediagram (bij een buigend moment in één richting). De doorsnedecapaciteit kan worden bepaald als de verhouding tussen de werkende snedekrachten en de krachten in de grenstoestand. De tweede methode zoekt het evenwicht in een doorsnede, waarbij we kijken naar het werkelijke gedrag van de belaste doorsnede, het materiaalgebruik in termen van spanningen en inzicht in de zwakke punten van de doorsnede.
Algemene ontwerp- en rekenaannamen voor de uiterste grenstoestand
- De rek ε in de wapening en het beton wordt verondersteld recht evenredig te zijn met de afstand tot de neutrale lijn (vlakke doorsneden blijven vlak).
- De samenwerking tussen wapening en beton is gewaarborgd door samenwerking van beton en wapening zonder slip (de rek ε in de wapening en in de aangrenzende vezels van het beton is gelijk).
- De treksterkte van beton wordt verwaarloosd (alle trekspanningen worden door de wapening opgenomen).
- De drukspanningen in het beton in de drukzone worden berekend uit de rek met behulp van spanning-rekdiagrammen.
- De spanningen in de wapening worden berekend uit de rek met behulp van spanning-rekdiagrammen.
- De betonrek bij druk is begrensd door de uiterste rek εcu2 (parabool-rechthoekdiagram voor beton onder druk) en εcu3 (bilineaire spanning-rekrelatie), [2].
- De rek van de wapening bij druk is niet begrensd bij een horizontale plastische tak; bij een hellende plastische tak is de rek begrensd tot εud,[2].
- Er is sprake van een grenstoestand wanneer ten minste één van de materialen de uiterste grensrek overschrijdt (als εu niet is begrensd, is het beton onder druk maatgevend).


Interactiediagram
De eerste mogelijkheid is om de doorsnede te toetsen met een interactieoppervlak (of interactiediagram). De toelichting is gebaseerd op een voorbeeld van de interactieoppervlakken voor de gewapende vierkante doorsnede uit het voorbeeld in onderstaande figuur. Op het interactieoppervlak liggen punten die de uiterste grenstoestand van de beschouwde doorsnede definiëren. Het interactieoppervlak wordt getekend op basis van de punten (N, My, Mz), die worden bepaald door spanningsintegratie over de doorsnede, waarin in een van de materialen de uiterste grensrek is bereikt. Voor een 3D- interactie kan het oppervlak worden afgeleid uit een 2D- interactiediagram, dat een gesloten curve is die overeenkomt met de spanningstoestand bij een stapsgewijs gedraaide neutrale lijn.


Bij een doorsnede die symmetrisch is om de y-as, is het interactiediagram symmetrisch rond het vlak N-My. Op dezelfde wijze is bij een doorsnede die symmetrisch is om de z-as het interactiediagram symmetrisch rond het vlak N-Mz. Een eenzijdig gewapende doorsnede geeft een afgeplatte vorm van het interactiediagram


De punten die de uiterste grenstoestand definiëren, worden verkregen door spanningsintegratie. De onderstaande figuur toont de rek in de uiterste grenstoestand.

Rekverdelingen in de uiterste grenstoestand (overgenomen uit [2]).

Het interactiediagram toont het bezwijken van de doorsnede onder normaalkracht en buigende momenten. [1]
Bij beschouwing van het 2D-diagram (gesloten curve op het interactieoppervlak) kunnen we vaststellen dat het rekvlak door de neutrale lijn en het kritieke punt [y, z, ε] gaat, dat wordt beschouwd als kritiek punt R. Punt [y, z] definieert een punt in de doorsnede met de rekwaarde ε in de uiterste grenstoestand. De helling van de neutrale lijn is constant voor alle punten van het 2D-diagram.
Wanneer de drukspanning in het beton maatgevend is voor het ontwerp, valt punt R samen met de meest gedrukte betonvezel of met het begrenzende punt C. Dit is echter alleen van toepassing als de doorsnede uit één type beton bestaat - dus niet bij een gemengde doorsnede.
Wanneer de trekspanning in de wapening maatgevend is voor het ontwerp (de rek εud wordt in de uiterste grenstoestand overschreden voor een of meer staven), moet worden voldaan aan de voorwaarde dat voor het gegeven rekvlak de waarde εud in geen enkele andere staaf wordt overschreden.


De bovenstaande afbeelding laat zien dat het diagram in twee delen kan worden verdeeld: het deel waarin het bezwijken wordt veroorzaakt door een trek kracht en het deel dat bezwijkt door een druk kracht. De grenspunten komen overeen met de situatie hierboven, waarin ook de uiterste helling van het rekvlak te zien is. Bij het tekenen van een interactie diagram varieert de helling van het rekvlak van een doorsnede binnen dit interval, terwijl we zoeken naar het punt R (zie hierboven). Op basis van het zo gedefinieerde vlak voeren we de integratie uit om de spanning in de uiterste grenstoestand te bepalen.
Toetsing van een doorsnede onder normaalkracht en buigend moment
De toetsing van een doorsnede onder normaalkracht en buigend moment bestaat uit het aantonen dat de te toetsen snedekrachten (combinatie Nd, Myd, Mzd) binnen of op het interactieoppervlak liggen. Dit kan met verschillende methoden. Het volgende voorbeeld toont de toetsing van een rechthoekige doorsnede onder de krachten Nd = -500 kN, Myd = 120 kNm, Mzd = 100 kNm.
Methode NuMuMu
Om de weerstand van een doorsnede te bepalen nemen we evenredige wijzigingen aan in alle componenten van de snedekrachten (de excentriciteit van de normaalkracht blijft constant) totdat het interactieoppervlak is bereikt. De verandering van de betrokken snedekrachten kan worden opgevat als een beweging langs een lijn die het oorsprongspunt van het coördinatenstelsel (0,0,0) verbindt met het punt dat wordt gedefinieerd door de snedekrachten (NEd, MEd,y, MEd,z). De twee snijpunten van deze lijn met het interactieoppervlak, die kunnen worden gevonden, vertegenwoordigen twee stelsels van krachten in de uiterste grenstoestand. Bij elk snijpunt bepaalt het programma drie krachten in de grenstoestand: de rekenwaarde van de normaalkrachtweerstand NRd en de bijbehorende rekenwaarden van de momentweerstand MRdy, MRdz.

Methode NuMM
Om de weerstand van de doorsnede te bepalen nemen we een constante normaalkracht aan (gelijk aan de werkende rekenwaarde van de normaalkracht) en evenredige wijzigingen in de buigende momenten totdat het interactieoppervlak is bereikt. De verandering van de betrokken snedekrachten kan worden opgevat als een beweging in een horizontaal vlak langs de lijn die het punt (NEd,0,0) verbindt met het punt dat wordt gedefinieerd door de werkende snedekrachten (NEd, MEd,y, MEd,z). De twee snijpunten van deze lijn met het interactieoppervlak, die kunnen worden gevonden, vertegenwoordigen twee stelsels van krachten in de uiterste grenstoestand. Bij elk snijpunt bepaalt het programma drie krachten in de grenstoestand: de rekenwaarden van de momentweerstand MRdy, MRdz en de (bijbehorende) werkende rekenwaarde van de normaalkracht NEd.

Methode NMuMu
Om de weerstand van de doorsnede te bepalen nemen we een constante normaalkracht aan (gelijk aan de werkende rekenwaarde van de normaalkracht) en evenredige wijzigingen in de buigende momenten totdat het interactieoppervlak is bereikt. De verandering van de betrokken snedekrachten kan worden opgevat als een beweging in een horizontaal vlak langs de lijn die het punt (NEd,0,0) verbindt met het punt dat wordt gedefinieerd door de werkende snedekrachten (NEd, MEd,y, MEd,z). De twee snijpunten van deze lijn met het interactieoppervlak, die kunnen worden gevonden, vertegenwoordigen twee stelsels van krachten in de uiterste grenstoestand. Bij elk snijpunt bepaalt het programma drie krachten in de grenstoestand: de rekenwaarden van de momentweerstand MRdy, MRdz, en de (bijbehorende) werkende rekenwaarde van de normaalkracht NEd.

Het bepalen van de doorsnederespons
Een andere mogelijkheid om de doorsnede te toetsen is het bepalen van de doorsnederespons (d.w.z. de verdeling van rek en spanning als gevolg van de werkende snedekrachten). Deze methode staat ook bekend als de methode van de grensvervorming. Het niveau van de werkende spanningen in elke vezel (bij vlakke buiging in elke laag) en in elke wapeningsstaaf wordt berekend op basis van de rek volgens het spanning-rekdiagram van het materiaal.
Het bepalen van de doorsnederespons gebeurt met de numerieke methode uit [6]. Het principe bestaat uit het stapsgewijs ophogen van de belasting op de doorsnede met de onevenwichtige componenten van niet-overgedragen krachten. Deze worden verkregen door de spanning over de doorsnede te integreren met behulp van spanning-rekdiagrammen. Als de spanningswaarde kan worden gevonden voor de rek in het spanning-rekdiagram, zie onderstaande figuur (a), is de berekende spanning correct uitgaande van lineair elastisch materiaal. In de gevallen (b) en (c) bereikt de spanning bij een lineaire berekening onrealistische waarden, en kan een deel (b) of de volledige waarde (c) niet door het materiaal worden overgedragen. Door de niet-overgedragen spanningen te integreren krijgen we niet-overgedragen snedekrachten, en de resultanten daarvan moeten worden toegevoegd aan de snedekrachten van de veranderlijke belastingen.

Niet-overgedragen spanningen in spanning-rekdiagrammen. [4]

Niet-overgedragen inwendige krachten. [4]
Deze rekenmethode vereist het gebruik van numerieke methoden voor het integreren van de spanning over het doorsnedeoppervlak en voor de niet-lineaire analyse van evenwichtsvergelijkingen in de doorsnede. De iteratie wordt beëindigd op het moment dat aan de convergentiecriteria is voldaan.
waarin
Fe de belasting op de doorsnede is,
Fi de doorsnederespons is (snedekrachten berekend op basis van het rekvlak).
Als a de benaderde waarde is en b de exacte (werkelijke) waarde, dan wordt de absolute afwijking gegeven door de volgende vergelijking.
De relatieve afwijking wordt gegeven door de volgende formule:
In de meeste programma's kunt u deze convergentiecriteria instellen (de standaardwaarden zijn 1% als relatieve fout, 100 N, 100 Nm als absolute fout van de normaalkracht en de momenten).
Als we dus als invoer N = 0 kN, My = 100 kNm, Mz = 0 kNm hebben en de geïntegreerde krachten na iteratie N = - 0,07 kN, My = 100,5 kNm, Mz = 0,02 kNm, is de beoordeling als volgt. Omdat N en Mz gelijk zijn aan 0, kan een vergelijking met de absolute afwijking worden gemaakt:
De waarde van de normaalkracht 100N> | 70 | N
De waarde van het buigend moment Mz 100Nm> | 20 | Nm
De waarde van het buigend moment My
Toetsing van de doorsnede op basis van de respons
Bij het bepalen van het evenwicht in de doorsnede is het rekvlak bekend. Uit het rekvlak kunnen we de rek op elke plaats in de doorsnede berekenen, en vervolgens de spanning of de inwendige krachten in wapeningsstaven, in de doorsnede of in delen daarvan met behulp van spanning-rekdiagrammen van de materialen. De berekende spanningen en rekwaarden vergelijken we met de grensrek uit de spanning-rekdiagrammen van de toegepaste materialen.
Het voordeel van deze methode is dat we een volledig beeld krijgen van de spannings- en rekwaarden in de doorsnede onder de snedekrachten die op de doorsnede werken.
Afschuiving
Met betrekking op bros bezwijken is de toetsing op afschuiving een van de belangrijke toetsingen van een gewapende betondoorsnede.
Berekeningsprocedure
De berekening van de afschuifweerstand bestaat uit enkele basisonderdelen. Eerst moet worden geanalyseerd of er scheuren door buiging optreden of niet op de getoetste locatie. Als er scheuren zijn, gebruik dan de berekening volgens EN 1992-1-1 [2], artikel 6.2.2 (1). Anders bepalen we of het ongewapend beton of licht gewapend beton betreft en gaan we verder volgens EN 1992-1-1 artikel 12.6.3.
Voor gewapend ongescheurd beton (zonder afschuifwapening) toetsen we volgens EN 1992-1-1 artikel 6.2.2 (2). Voor elementen waarbij afschuifwapening vereist is toetsen we volgens artikel 6.2.3 [2].

Afschuifweerstand van staven zonder afschuifwapening
Afschuifweerstand van staven in gescheurde buigingszones (art. 6.2.2 (1) [2])
De afschuifweerstand van gewapend betonnen staven zonder afschuifwapening die op buigend moment worden belast, wordt gegeven door:
Deze formule is opgesteld op basis van proeven op een representatief aantal enkelvoudig opgelegde liggers die door afschuifkracht bezweken. Omdat de bovenstaande weerstand nul kan zijn voor elementen zonder langswapening (rl), zijn voor licht gewapende staven aparte vergelijkingen afgeleid. Omdat de bovenstaande weerstand nul kan zijn voor staven zonder langswapening (rl), is voor de licht gewapende staven de volgende vergelijking bepaald
Voor de afschuifweerstand met invloed van de normaalkracht is de volgende vergelijking bepaald
De afschuifweerstand in volledige vorm, overeenkomstig EN 1992-1-1 art. 6.2.2 (1)
Met een minimum van
waarbij
CRd,c = 0,18 / γc,
k factor voor de doorsnedehoogte
ρ1 wapeningspercentage van de langswapening
fck karakteristieke cilinderdruksterkte van het beton na 28 dagen
k1 = 0,15
σcp = NEd / Ac < 0,2 fcd in MPa
bw kleinste breedte van de doorsnede in de trekzone
d effectieve hoogte van een doorsnede
υmin minimale equivalente afschuifsterkte υmin = 0.035 k3/2 fck1/2
Afschuifweerstand van staven in ongescheurde buigingszones (art. 6.2.2 (2) [2])
De afschuifweerstand van staven in ongescheurde buigingszones kan worden bepaald met de cirkel van Mohr. In de vergelijking
substitueren we σx = σcp en τz = VRd,c S / (I bw), lossen we VRd,c op en verkrijgen we de vergelijking die overeenkomt met de formule in EN 1992-1-1 art. 6.2.2 (2)
waarbij
I het kwadratisch oppervlaktemoment is,
bw de breedte van de doorsnede ter hoogte van de zwaartepuntsas is
S het statisch oppervlaktemoment is van het deel boven de zwaartepuntsas, bepaald om die as,
fctd rekenwaarde van de axiale treksterkte van beton in MPa,
scp de drukspanning in het beton ter hoogte van de zwaartepuntsas is, als gevolg van belasting en/of voorspanning,
al factor voor de overdrachtslengte, meestal 1,0.
In verband hiermee moet worden opgemerkt dat in zones zonder buigscheuren de weerstand VRd ,c aanzienlijk hoger kan zijn dan in gescheurde zones volgens artikel 6.2.2 (1) [2]. De onderstaande figuur toont duidelijk dat, ook als de afschuifkracht op de extreme plaats wordt getoetst (waar geen scheuren optreden), daarmee niet noodzakelijk is gewaarborgd dat de kracht over de hele liggerlengte kan worden overgedragen. Dit komt door een wijziging in de methode voor de berekening van de afschuifweerstand van het beton. Aan de veilige kant kan de afschuifweerstand uiteraard worden bepaald volgens artikel 6.2.2 (1) [2] ook op plaatsen waar geen scheuren zullen optreden.

Bij de uitdrukking voor VRd, c volgens artikel 6.2.2 (2)[2] moet ook worden opgemerkt dat de toetsing in het algemeen moet plaatsvinden in de vezel met de maximale hoofdtrekspanning in het beton in de zone met normale drukspanning, maar niet in het zwaartepunt van de doorsnede. Voor dit punt moeten de doorsnede-eigenschappen (S en bW) worden berekend. Om de maximale hoofdspanning s1 te bepalen trekken we in het programma IDEA RCS een lijn door het zwaartepunt in de richting van de resulterende afschuifkrachten. Deze lijn verdelen we in 20 segmenten. Op deze lijn voegen we nog meer karakteristieke punten toe (punten van de doorsnedepolygoon, het zwaartepunt, de neutrale lijn). In deze punten berekenen we S, bw, σx, τyz en σ1. In het punt met de maximale hoofdtrekspanning berekenen we de afschuifweerstand.
De afschuifkracht moet vóór toepassing van de reductiefactor b volgens artikel 6.2.2 (6) voldoen aan de extra voorwaarde
waarbij
waarbij fck in MPa is
Afschuifweerstand van staven zonder wapening of met lichte wapening (art. 12.6.3 [2])
De afschuifweerstand van ongewapend of licht gewapend beton kan worden bepaald met de uitdrukking
Waarbij
τcp vervangen we door
of
De deelwaarden die in de bovenstaande formule worden gebruikt, worden gegeven door:
waarbij
fcd,pl rekenwaarde van de druksterkte van ongewapend of licht gewapend beton,
fctd,pl rekenwaarde van de axiale treksterkte van ongewapend of licht gewapend beton,
fcvd rekenwaarde van de afschuifweerstand onder betondruk.
De weerstand van staven met afschuifwapening (art. 6.2.3 [2])
De berekening van de weerstand van gewapend betonnen staven met afschuifwapening is gebaseerd op de vakwerkanalogie met diagonalen onder variabele hoek. De basis van deze methode is het krachtenevenwicht in de driehoek die wordt bepaald door de drukdiagonaalkracht (diagonaal), de kracht in de afschuifwapening (beugel) en de kracht in de langswapening.

De doorsnede onder afschuifbelasting wordt onder een hoek θ doorsneden door scheuren. Daarom biedt de betondiagonaal met dezelfde hoek weerstand tegen de afschuifkracht. De drukkracht in de diagonaal kan worden uitgedrukt als Ved/sinθ. Deze kracht moet worden overgedragen door het betonoppervlak loodrecht op de drukdiagonaal bwzcosθ. De betondrukspanning in de drukdiagonaal is dan gelijk aan:
Door en te substitueren en uit te drukken, verkrijgen we de vergelijking voor de afschuifweerstand van de diagonaal:
Om de verticale krachtcomponent in de drukdiagonaal in evenwicht te brengen, wordt afschuifwapening toegepast. De grootte van de verticale kracht is gebaseerd op de diagonale drukspanning in het betongebied dat overeenkomt met één beugel - \[{{\sigma }_{c}}{{b}_{w}}s{{\sin }^{2}}\theta\]. De grenskracht in de beugel wordt gegeven door \[{{A}_{sw}}{{f}_{ywd}}/s\].
Na invulling van σc en vergelijking met de grens kracht in de wapening verkrijgen we na omwerking:
Door vervolgens Ved uit te drukken als VRDs verkrijgen we de weerstand van de doorsnede met verticale afschuifwapening:
De longitudinale afschuifkracht wordt overgedragen door de langswapening en kan worden bepaald als Vedcotgθ . De afleiding van bovenstaande formules is te vinden in [4].
Met het programma IDEA RCS is het alleen mogelijk staven met verticale afschuifwapening te toetsen. In het algemeen kunnen de volgende vergelijkingen worden gebruikt:
Waarbij
Asw de doorsnede-oppervlakte van de afschuifwapening is,
s de h.o.h.-afstand van de beugels is,
fywd de rekenwaarde van de vloeigrens van de afschuifwapening is,
bw de minimale breedte tussen de trek- en drukgordel is. Voor de berekening van de weerstand VRd,max moet de doorsnedebreedte worden verlaagd tot de zogenoemde nominale breedte van de doorsnede indien de doorsnede wordt verzwakt door kabelkanalen
bw,nom=bw-0,5ΣΦ voor geïnjecteerde metalen kanalen
bw,nom=bw-1,2ΣΦ voor niet-geïnjecteerde metalen kanalen
υ = 0,6 voor fck ≤ 60MPa of voor fck > 60MPa,
αcw een coëfficiënt is die rekening houdt met de spanningstoestand in de drukgordel.
| Belasting | σcp = 0 | 0 < σcp≤0,25 fcd | 0,25 fcd < σcp≤0,5 fcd | 0,5 fcd < σcp≤1,0 fcd |
| Coëfficiënt acw | 1,0 | 1+σcp/fcd | 1,25 | 2,5(1 - σcp/fcd) |
Tab. 1‑1 Bepaling van coëfficiënt αcw
Hoek θ is de hoek tussen de betondrukdiagonaal en de ligger-as loodrecht op de afschuifkracht. De grenswaarden van cotθ voor gebruik in een land zijn te vinden in de Nationale Bijlage. De aanbevolen grenzen worden gegeven door de uitdrukking:
De keuze van de grootte van de hoek θ kan de waarde van de weerstanden beïnvloeden. De afhankelijkheid van de weerstanden is zichtbaar in figuur 1.15. De figuur laat zien dat bij toenemende hoek θ de weerstand VRd,max toeneemt en de weerstand VRd,s afneemt. De weerstand VRd,c is constant, omdat deze gebaseerd is op de vakwerkanalogie.

Berekening van doorsnede-eigenschappen voor afschuiving
Voor de berekening van afschuiving is het belangrijk om de doorsnedegrootheden te berekenen die de afschuifweerstand beïnvloeden. Deze grootheden omvatten voornamelijk de afschuifweerstand biedende doorsnedebreedte bw, de effectieve hoogte d en de inwendige hefboomsarm z. De norm [2] geeft deze waarden die direct samenhangen met de werkelijke buigspanning. Het probleem is echter het bepalen van deze waarden wanneer de richting van de resulterende buigende momenten (of nauwkeuriger de richting van de resultante van de doorsnedeweerstand) aanzienlijk afwijkt van de richting van de resulterende afschuifkrachten. In dit geval geeft de EC2-norm geen aanbevelingen.
Afschuifweerstand biedende doorsnedebreedte bw
Het programma IDEA RCS berekent de afschuifweerstand biedende doorsnedebreedte in de richting loodrecht op de resultante van de afschuif krachten. Afhankelijk van het artikel in de Eurocode wordt deze breedte als volgt bepaald:
- De kleinste breedte van de doorsnede tussen de resultante van de betondruk en de trekwapening in de richting loodrecht op de resultante van de afschuif krachten voor artikel 6.2.2 (a) en 6.2.3 (1)
- De doorsnedebreedte in een richting loodrecht op de resultante van de afschuif krachten in het getoetste punt volgens artikel 6.2.2 (2)
Effectieve hoogte van een doorsnede
De effectieve hoogte wordt gewoonlijk gedefinieerd als de afstand van de meest gedrukte betonvezel tot het zwaartepunt van de wapening. Omdat deze afstand direct samenhangt met de buiging, wordt deze gegeven als loodrechte projectie op de zwaartelijn van het vlak van de rekken.
Deze definitie kan worden verduidelijkt door in plaats van het zwaartepunt van de trekwapening de positie van de resultante van de krachten in de wapening te gebruiken. Tijdens de ontwikkeling van het programma IDEA RCS is het volgende probleem opgelost: hoe de effectieve hoogte van de doorsnede te definiëren wanneer het vlak van de buigende belastingen niet overeenkomt met de richting van de resulterende afschuif krachten. Daarom wordt de effectieve hoogte gedefinieerd als de afstand van de meest gedrukte betonvezel tot de resultante van de krachten in de trekwapening (op basis van de buigspanning) en in de richting van de resulterende afschuif krachten, zie figuur 1.17.
Uitzonderlijke gevallen treden op wanneer we de gedrukte vezel of de resultante in de trekwapening niet kunnen bepalen. In dat geval raden we aan de waarde 0.9 h te gebruiken (90% van de doorsnedehoogte in de richting van de resulterende afschuif krachten). Deze waarde kan de gebruiker in het programma IDEA RCS definiëren via de instelling van de normvariabelen.
Hefboomsarm van de inwendige krachten
De hefboomsarm van de inwendige krachten staat in 6.2.3 (3) [2] en wordt gedefinieerd als de "afstand tussen de trek- en drukgordel”. De norm definieert niet hoe te handelen wanneer het vlak van het werkende buigend moment afwijkt van de richting van de resulterende afschuif krachten. Daarom definiëren we, net als bij de effectieve hoogte, de afstand in de richting van de resulterende afschuif krachten. Ook hier kunnen we te maken krijgen met vergelijkbare uitzonderlijke gevallen, bijvoorbeeld wanneer de hele doorsnede op druk wordt belast, enz. In dat geval nemen we de waarde 0.9 d (90% van de effectieve doorsnedehoogte). Deze waarde kan de gebruiker in het programma IDEA RCS instellen via de instelling van de normvariabelen.
De afhankelijkheid tussen de helling van het buigvlak en de resultante van de afschuifkracht is duidelijk zichtbaar in figuur 1.18 en figuur 1.19. Naarmate de helling toeneemt, nemen de waarden van de effectieve hoogte, de hefboomsarmen en de bijbehorende weerstanden af. De grenstoestand is 90°. Bij deze helling kan de hefboomsarm van de inwendige krachten niet worden berekend, waardoor de hefboomsarm gelijk is aan nul. In dat geval wordt de waarde aangehouden die is opgegeven in de instelling van de normvariabelen. Hierdoor ontstaat een sprong aan het einde van de grafiek. Deze studie toont aan dat het aanbevolen maximum voor de helling ongeveer 20° is.


Als onderdeel van het testen van de RCS applicatie is een studie uitgevoerd naar de afhankelijkheid van de afschuifweerstand van veranderingen in de normaalkracht. De weerstand VRd,max wordt alleen beïnvloed door de coëfficiënt αcw, zie fig. 1.20. Fig. 1.21 toont een constante waarde van de weerstand VRds. Voor de weerstand VRdc neemt deze af bij toenemende normaalkracht. De blauwe curve in fig. 1.21 toont de weerstand VRdc zonder rekening te houden met de invloed van scheuren en is berekend met de formule in paragraaf 6.2.2 (1) [2]. De sprong in de overgang tussen druk en trek wordt veroorzaakt door de bijdrage van de trekwapening. De rode curve wordt berekend met de formule in paragraaf 6.2.2 (2) [2]. Nadat de eerste scheur is ontstaan, is de afhankelijkheidscurve gelijk aan die voor 6.2.2 (1) [2].


Torsie
Rekenuitgangspunten
Het gedrag van een gewapende beton doorsnede belast op torsie kan worden verdeeld in twee categorieën - vóór en na het moment waarop de eerste scheuren worden verwacht. Vóór scheurvorming gedraagt de doorsnede zich als een elastisch materiaal. De torsiespanning kan worden uitgedrukt met de formule
waarin Wt het torsieweerstandsmoment van de doorsnede is.
Scheuren in de ongewapende staaf als gevolg van de hoofdspanning in trek door torsie vormen eveneens een uiterste grenstoestand. Het gedrag van een gewapende beton doorsnede belast op torsie kan worden beschreven aan de hand van een dunwandige gesloten doorsnede, zie onderstaande afbeelding.

Rekenprocedure
De procedure van een toetsing van gewapend beton op torsie is zeer vergelijkbaar met de toetsing op afschuiving. Allereerst toetsen we de weerstand van het beton. Als de toetsing van het beton wordt voldaan, kan de wapening worden ontworpen met de constructieve regels. Anders moeten we de wapening en de weerstand van de drukdiagonaal door berekening verifiëren.

Weerstand
De schuifstroom in een wand van een dunwandige doorsnede onder torsie kan worden uitgedrukt als:
De dwarskracht in een wand van een dunwandige doorsnede kan worden uitgedrukt als:
Waarin
τ de schuifstroom in de wand is,
tef de effectieve wanddikte is,
z de zijdelingse lengte van de wand is,
TEd het torsiemoment is,
Ak de oppervlakte is die wordt omsloten door de hartlijnen van de aansluitende wanden, inclusief de inwendige holle delen.
Het scheurmoment bij torsie kan worden bepaald door fctd in de voorgaande uitdrukking in te vullen. Zo verkrijgen we de uitdrukking voor de weerstand bij torsie zonder torsiewapening.
waarin fctd de rekenwaarde van de axiale treksterkte van het beton is

De weerstand van de staaf met torsiewapening is opgebouwd uit de weerstand van de betonnen drukdiagonalen, die opnieuw is gebaseerd op de vakwerkanalogie. De drukspanning in de diagonaal kan worden uitgedrukt met behulp van de dwarskracht in de wand van een dunwandige doorsnede op het wandoppervlak dat wordt beschouwd, d.w.z.
Door σc=σcwfcd en TEd=TRd,max te substitueren en TRd,max uit te drukken, verkrijgen we een vergelijking voor de weerstand van de drukdiagonaal
waarin
ν = 0,6 voor fck ≤ 60MPa of voor fck > 60MPa
αcw een coëfficiënt is die rekening houdt met de drukspanningstoestand in de drukflens
fcd de rekenwaarde van de druksterkte van het beton is
De weerstand van de dwarskrachtwapening bij torsie is opnieuw gebaseerd op de spanning in de drukdiagonaal. De beugelkracht is gelijk aan de spanning in de drukdiagonaal over het oppervlak dat overeenkomt met de betreffende beugelrij, d.w.z.
Door TEd=TRd,s te substitueren en TRd,s uit te drukken, verkrijgen we de vergelijking:
Als de hoeveelheid langswapening en dwarskrachtwapening bekend is, kunnen we de hoek θ bepalen met de uitdrukking
Door substitutie voor TRd,s verkrijgen we
Waarin
Asw de oppervlakte van de dwarskrachtwapening is
s de hart-op-hartafstand van de beugels van de dwarskrachtwapening is
fywd de effectieve rekenwaarde van de sterkte van de dwarskrachtwapening is
Asl de oppervlakte van de langswapening is
uk de buitenomtrek van de doorsnede is
fywd de effectieve rekenwaarde van de sterkte van de langswapening is
De kracht in de langswapening kan worden afgeleid uit de dwarskracht in een wand van een doorsnede onder zuivere torsie, die als volgt wordt gegeven:
Die kracht wordt omgezet naar de langsrichting en we verkrijgen:
Het toegestane bereik van de waarden voor de hoek θ is vergelijkbaar met dat bij de toetsing op afschuiving, d.w.z. 1 < cot θ < 2,5. De afhankelijkheid tussen de weerstanden is te zien in onderstaande afbeelding. Het diagram laat zien dat bij toenemende hoek θ de weerstand TRd,max toeneemt, de weerstand TRd.s afneemt en de weerstand TRd,c constant is, aangezien deze niet is gebaseerd op de vakwerkanalogie.

Berekening van de doorsnedekarakteristieken voor torsie
Om de doorsnede op torsie te toetsen is het noodzakelijk een zogenaamde equivalente dunwandige gesloten doorsnede vast te stellen. Bij het bepalen van de afmetingen van de equivalente dunwandige doorsnede wordt uitgegaan van een rechthoekige vorm. Voor de werkelijke oppervlakte van een rechthoek geldt A = b×h en voor de omtrek van de rechthoek u =2 (b +h). Met deze twee vergelijkingen kan een alternatieve dunne rechthoekige oppervlakte en omtrek van de oorspronkelijke doorsnede worden bepaald. Het oplossen van twee vergelijkingen met twee onbekenden geeft:
De wanddikte van de effectieve doorsnede kan worden bepaald uit de omtrek en de doorsnede-oppervlakte als:
Dan worden de oppervlakte en de omtrek gedefinieerd door de hartlijn van de effectieve doorsnede:
Het probleem met deze methode doet zich voor bij doorsneden van het type T met een brede flens, wanneer de totale oppervlakte en omtrek worden gebruikt om de afmetingen te berekenen (inclusief deze flens). In toekomstige versies van het IDEA RCS programma zal de selectie van het meest massieve deel van de doorsnede mogelijk worden, dat zal worden gebruikt voor de toetsing op torsie.
Interactie
Interactie van afschuifkracht en torsie voor afschuifwapening
Bepaling van de kracht in de afschuifwapening ten gevolge van afschuifkracht.

De berekening is gebaseerd op de formule voor de weerstand van de afschuifwapening volgens EN 1992-1-1. Op basis van vergelijking 6.13 (hoofdstuk 6.2.3 (4)) kan de draagweerstand van één beugelbeen worden afgeleid als:
Asw,V . . . doorsnede-oppervlak van één beugelbeen dat afschuiving opneemt in de beschouwde doorsnede
s . . . . . hart-op-hartafstand van de afschuifwapening in de richting van de lengteas van de staaf
asw,V . . . doorsnede-oppervlak van de afschuifwapening per lengte-eenheid
z . . . . . de inwendige hefboomsarm. Voor een staaf met constante hoogte, overeenkomend met het buigend moment in het beschouwde element. Bij de afschuifberekening van gewapend beton zonder normaalkracht mag doorgaans de benaderde waarde z = 0,9d worden gebruikt.
fywd . . . de rekenwaarde van de vloeigrens van de afschuifwapening
θ . . . . . de hoek tussen de drukdiagonaal in het beton en de staafas loodrecht op de afschuifkracht
α . . . . . de hoek tussen de afschuifwapening en de staafas loodrecht op de afschuifkracht
β . . . . . helling van het beugelbeen ten opzichte van de resultante van de aangrijpende afschuifkracht

De afschuifkracht wordt gelijkmatig verdeeld over de afzonderlijke wapening die de afschuifkracht opneemt, op basis van de hoek van de wapening en de axiale stijfheid van de afzonderlijke beugelbenen.
Verder kan de gemiddelde wapeningsrek in de richting van de resulterende afschuifkracht worden afgeleid:
De werkelijke rek van de i-de wapening kan worden berekend als:
De trek in een bepaald been van de wapening:
Bepaling van de kracht in een afzonderlijke beugel ten gevolge van torsie
De torsieweerstand van een doorsnede mag worden berekend op basis van een dunwandige gesloten doorsnede, waarin evenwicht wordt verkregen door een gesloten schuifstroom. Massieve doorsneden mogen worden gemodelleerd door equivalente dunwandige doorsneden. Voor niet-massieve doorsneden mag de equivalente wanddikte de werkelijke wanddikte niet overschrijden.
De schuifstroom in de wanden van een dunwandige gesloten doorsnede ten gevolge van torsie kan worden berekend als:
De afschuifkracht in een bepaalde wand is dan:
li . . . . lengte van de hartlijn van de beschouwde wand
Afschuifkracht in het lijf - de lengte van de hartlijn van het lijf kan worden vervangen door de waarde van de hefboomsarm "z".
Kracht in de beugels die torsie opnemen per meter staaflengte (per lengte-eenheid):
Ontbinding van krachten voor een afzonderlijke beugel
Als voor alle beugels hetzelfde materiaal is gedefinieerd, is de resulterende spanning ten gevolge van torsie in elk beugelbeen constant. Dan geldt:
waarbij asw,T het totale oppervlak is van de beugels die torsie opnemen per lengte-eenheid.
Als afzonderlijke beugels verschillende materialen hebben, moet rekening worden gehouden met de axiale stijfheid van de afzonderlijke staven.
nT . . . . aantal benen van de wapening (wapeningsgroepen) dat torsie opneemt
Fsi,T . . . kracht in de i-de wapeningsgroep ten gevolge van torsie per lengte-eenheid
asi,T . . . doorsnede-oppervlak van de afschuifwapening die torsie opneemt per lengte-eenheid
Esi,T . . . elasticiteitsmodulus van Young van de i-de wapeningsgroep die torsie opneemt
εsw,T . . rek in de wapening ten gevolge van torsie
De resulterende spanning in elke beugel ten gevolge van de aangrijpende torsie wordt berekend als:
V+T interactie
De berekening van de spanningen in beugels ten gevolge van afschuiving en torsie is dan een sommatie van de spanningen ten gevolge van de afzonderlijke belastingcomponenten.
Resulterende kracht in de i-de wapening:
Interactie van afschuiving, torsie en buiging voor langswapening
Bepaling van de kracht in elke langswapeningsstaaf ten gevolge van normaalkracht en buigend moment
De RCS applicatie wordt gebruikt om de doorsnederespons ten gevolge van de combinatie van normaalkracht en buigend moment te berekenen, om de spanning en rek in de afzonderlijke langswapeningsstaven en de voorspanwapening te bepalen.
Bepaling van de kracht in de afzonderlijke langswapening ten gevolge van afschuifkracht
De toename van de trek kracht in de langswapening ΔFtd ten gevolge van de afschuifkracht is afhankelijk van de geometrie van het Staafwerkmodel.
ΔFtd . . . toename van de trek kracht in de langswapening ten gevolge van de afschuifkracht
Ved . . . . rekenwaarde van de afschuifkracht die werkt in de beschouwde doorsnede
θ . . . . . de hoek tussen de drukdiagonaal in het beton en de staafas
α . . . . . de hoek tussen de afschuifwapening en de staafas

Voor de langswapening in de trekzone mag de resulterende kracht Ft in de langswapening ten gevolge van de combinatie N+M+V niet groter worden genomen dan MEd,max/z (waarbij MEd,max het maximale moment langs de ligger is)
De kracht ΔFtd wordt overgedragen door alle aanhechtende spanelementen en alle wapening die zich bevindt in het deel van de doorsnede dat afschuiving opneemt (het lijf in het geval van een I-profiel). Aan de veilige kant mag de bijdrage van de voorspanwapening gelijk aan 0 worden genomen. Uitgangspunt van de berekening is dat de toename van de axiale rek van de afzonderlijke langswapening die afschuiving opneemt constant is (Δεs1,V = Δεs2,V = .... =Δεp1,V = Δεp2,V = ... = ΔεV = const.). De afleiding is geldig voor een bilineair werkdiagram van de wapening met een horizontale plastische tak. In het geval van een diagram met een hellende tak moet de berekening worden aangepast.
ΔεV . . . . rektoename in de langswapening ten gevolge van de afschuifkracht
ns,V . . . . aantal langswapeningsstaven dat de afschuifkracht opneemt
Asl,i,V . . . oppervlak van de i-de langswapeningsstaaf die de afschuifkracht opneemt
Esl,i,V . . . elasticiteitsmodulus van Young van de i-de langswapeningsstaaf die de afschuifkracht opneemt
np,V . . . . aantal spanelementen dat de afschuifkracht opneemt
Apl,i,V . . . oppervlak van het i-de spanelement dat de afschuifkracht opneemt
Epl,i,V . . . elasticiteitsmodulus van Young van het i-de spanelement dat de afschuifkracht opneemt
Na het bepalen van de waarde van de kracht ΔFtd kan de gemiddelde wapeningsrek ΔεV worden berekend.
Spanningstoename in de afzonderlijke langswapeningsstaven ten gevolge van de aangrijpende afschuifkracht:
voor betonstaal
voor spanelement
Bepaling van de kracht in elke langswapeningsstaaf ten gevolge van torsie
Het is van groot belang om de langswapening te bepalen die de torsie opneemt. Dit is de wapening die zich bevindt in een alternatieve effectieve dunwandige doorsnede die torsie opneemt.

Volgens EN 1992-1-1 moet aan meerdere voorwaarden worden voldaan voor de langswapening die torsie opneemt:
- de wapening moet gelijkmatig over de lengte zi worden verdeeld, maar in kleine doorsneden mag de wapening in de hoeken van de beugel worden geconcentreerd
- de maximale hart-op-hartafstand van de langswapening bedraagt 350 mm
Volgens EN 1992-1-1 wordt de bijdrage van voorspanwapening niet in rekening gebracht.
EN 1992-2 stelt dat de bijdrage van voorspanwapening in rekening mag worden gebracht, maar dat de maximale spanningstoename in de voorspanwapening niet groter mag zijn dan Δσp ≤ 500MPa. De formule kan dan als volgt worden aangepast:
Hoewel de toename van de voorspanwapening in rekening mag worden gebracht, is dit echter een keuze van de gebruiker. Momenteel wordt voorspanwapening niet in rekening gebracht in de berekening.
Uitgangspunt van de berekening is dat de toename van de axiale rek van elke langswapening die afschuiving opneemt constant is (Δεs1,T = Δεs2,T = .... =Δεp1,T = Δεp2,T = ... = ΔεT = const.). De afleiding is geldig voor een bilineair werkdiagram van de wapening met een horizontale plastische tak. In het geval van een diagram met een oplopende tak moet de berekening worden aangepast.
Ted . . . . de rekenwaarde van het wringend moment dat werkt in de beschouwde doorsnede
θ . . . . . helling van de drukdiagonalen ten opzichte van de lengteas van de ligger (identiek aan die voor de afschuifkracht)
uk . . . . omtrek van het oppervlak Ak
Af . . . . het oppervlak begrensd door de hartlijn van de vervangende holle dunwandige doorsnede
ns,T . . . .aantal langswapeningsstaven in het beton dat het wringend moment opneemt
Asl,i,T . . . oppervlak van de i-de langswapeningsstaaf in het beton die het wringend moment opneemt
ΔεT . . . .de verandering van de rek in de langswapening ten gevolge van het wringend moment
Δσs,i,T . . verandering van de spanning in de i-de langswapeningsstaaf ten gevolge van het wringend moment
Esl,i,T . . . elasticiteitsmodulus van de i-de langswapeningsstaaf in het beton die het wringend moment opneemt
Spanningstoename in elke langswapeningsstaaf ten gevolge van het aangrijpende wringend moment:
Controle spanningsbegrenzing
De toetsing is gebaseerd op algemene uitgangspunten, waarbij twee toestanden van de doorsnede worden beschouwd: de ongescheurde doorsnede (de treksterkte van het beton wordt niet verwaarloosd) en de volledig gescheurde doorsnede (de treksterkte van het beton wordt verwaarloosd). De oplossing met verwaarloosde treksterkte van het beton wordt beschouwd onder de aannamen van artikel 7.1 (2) EN 1992-1-1.
Bij het berekenen van de spanningen en doorbuigingen wordt de doorsnede beschouwd als ongescheurd, als de trekspanning door buiging niet groter is dan fct, eff. De waarde van fct, eff mag worden aangenomen als fctm of fctm,fl. De waarde fctm wordt gebruikt bij het berekenen van de scheurwijdte en tension stiffening.
Als onderdeel van deze toetsing behandelen we vier basisgevallen met betrekking tot de spanningsbegrenzing.
- 7.2 (2) De drukspanning in staven die blootgesteld zijn aan omgevingen van milieuklassen XD, XF en XS moet worden beperkt:
- 7.2 (3) De spanning in het beton onder quasi-blijvende belastingen wordt beperkt:
- 7.2 (5) De trekspanningen in de wapening onder de karakteristieke belastingcombinatie moeten worden beperkt:
- 7.2 (5) Wanneer de spanning wordt veroorzaakt door een opgelegde vervorming, mag de trekspanning niet groter zijn dan:
De waarden k1, k2, k3, k4 voor gebruik in een land zijn te vinden in de Nationale Bijlage van dat land. De aanbevolen waarden zijn respectievelijk 0,8; 1 en 0,75, de karakteristieke vloeispanning van de wapening, fck de karakteristieke cilindersterkte fck bepaald na 28 dagen.
Scheuren
Het ontstaan van scheuren
Een kenmerkend verschijnsel bij constructies van gewapend beton onder buiging of trek is het optreden van scheurvorming op plaatsen waar de trekspanning in het beton de treksterkte van het beton overschrijdt. Voor de duurzaamheid en ook voor het uiterlijk van de constructie is het belangrijk dat de ontstane scheuren zo klein mogelijk blijven. De berekening van de scheurwijdten en de maximaal toelaatbare scheurwijdten voor de verschillende milieuklassen zijn gegeven in EN 1992-1-1, hoofdstuk 7.3.
In de eerste stap van de berekening wordt bepaald of de doorsnede gescheurd is of niet. De scheurwijdte zelf wordt altijd berekend uit de quasi-blijvende of frequente belastingcombinatie (afhankelijk van de nationale bijlage), maar het ontstaan van scheuren moet worden getoetst voor alle voorgeschreven BGT-combinaties. Er kunnen dus twee situaties optreden:
- De maximale trekspanning in de betonvezels overschrijdt voor geen enkele belastingcombinatie (quasi-blijvend ME,qp, frequent ME,fr of karakteristiek ME,k) de treksterkte van het beton. De doorsnede wordt dan als ongescheurd beschouwd.
- Als er scheuren ontstaan voor een van de combinaties (quasi-blijvend, frequent of karakteristiek), dat wil zeggen dat het buigend moment uit de beschouwde belastingcombinatie groter is dan het kritieke moment Mcr, is de doorsnede voor die belastingcombinatie gescheurd. Dan moeten de eigenschappen van de gescheurde doorsnede en de scheurwijdte worden berekend.
ME,i . . het buigend moment uit een BGT-belastingcombinatie. Dit kan dus ME,qp, ME,fr of ME,k zijn.
fct,ef . . de treksterkte van het beton op het beschouwde tijdstip. Als het beton ouder is dan 28 dagen, beschouwen we een sterkte gelijk aan fctm.
Berekening van de scheurwijdte
Bij een op buiging belast element wordt de scheurvorming onderverdeeld in 2 fasen:
- Scheurvormingsfase (fase 2 in Afb. 1)
- Gestabiliseerde scheurontwikkeling (fase 3 in Afb. 1)

Scheurvormingsfase
Dit is het beginstadium van het proces waarin afzonderlijke scheuren nog geleidelijk ontstaan, totdat het volledige getrokken deel van de staaf is aangetast door scheuren die ongeveer gelijkmatig over de lengte van de staaf zijn verdeeld. De eerste scheur ontstaat wanneer de kracht in de getrokken strook de waarde van de kritieke kracht Nr overschrijdt (kritieke trek kracht, zie hieronder). Verdere scheuren ontwikkelen zich tot een belastingniveau waarbij de kracht in de getrokken strook ongeveer gelijk is aan 1,3Ncr (fase 2 in Afb. 1).

De zich ontwikkelende scheuren worden onderverdeeld in 2 typen: primaire en secundaire scheuren. Primaire scheuren ontstaan in de getrokken vezels wanneer de effectieve treksterkte van het beton (fct,eff) wordt bereikt. Primaire scheuren vormen het eerste scheurpatroon (Afb. 2). Tussen de primaire scheuren ontstaan vervolgens kortere secundaire scheuren (Afb. 3). Bij spanningen die overeenkomen met circa 1,2 tot 1,5 σsr (meestal wordt een gemiddelde waarde van 1,3 σsr aangehouden, waarbij σsr de spanning in de wapening is bij het ontstaan van primaire scheuren in de getrokken zone van het beton) is ook de ontwikkeling van secundaire scheuren voltooid.

De scheurwijdte in de scheurvormingsfase kan als volgt worden berekend:

Gestabiliseerde scheurvorming
Nadat de kritieke kracht in de getrokken zone met circa 1,3 keer is overschreden, ontstaan er geen nieuwe scheuren meer. Het aantal scheuren in het element is gestabiliseerd en alleen de wijdte van de bestaande scheuren neemt toe bij verdere belasting (fase 3 in Afb. 1).

De scheurwijdte tijdens de gestabiliseerde ontwikkeling kan worden berekend als:

Kritieke trek kracht
De berekening is gebaseerd op het Tension Chord Model (TCM). Het uitgangspunt is de berekening van het uiterste draagvermogen van een strook gewapend beton, gevormd door een wapeningsstaaf met oppervlakte As,eff omgeven door een effectieve oppervlakte van het getrokken beton Ac,eff. Deze strook kan de trekspanning weerstaan totdat de treksterkte fct,eff wordt overschreden (normaal beschouwen we fctm). Uitgaande van een perfecte aanhechting tussen de wapening en het beton kunnen we aannemen dat tot het ontstaan van de eerste scheur de vervorming van de wapening en het omringende beton identiek is. Dan kan de maximale kracht in de getrokken strook vlak voor de eerste scheur Nr worden bepaald:
Door de volgende substitutie te introduceren
verkrijgen we:
Direct na het ontstaan van de eerste scheur wordt de volledige kracht Nr door de wapening overgedragen. De spanning in de wapening die door de zojuist gevormde scheur loopt, kan dan als volgt worden berekend:
Berekening van de scheurwijdte volgens EC 1992-1-1
De volgende vergelijking wordt gebruikt om de scheurwijdte in elementen van gewapend beton te berekenen:
sr,max . . . maximale scheurafstand
εsm . . . . de gemiddelde rek van de wapening uit de belastingcombinatie, inclusief de effecten van tension stiffening.
εcm . . . . gemiddelde rek van het beton tussen de scheuren
Berekening van het rekverschil
Het verschil in rek tussen de wapening en het beton tussen de scheuren kan worden verkregen uit de vergelijking:
σs . . . . de spanning in de wapening ter plaatse van de scheur uit de beschouwde belastingcombinatie
kt . . . . een empirische coëfficiënt die rekening houdt met de gemiddelde rek en afhankelijk is van de belastingduur. Deze kan de waarde 0,6 aannemen voor kortetermijnberekeningen. Voor langetermijnberekeningen wordt rekening gehouden met de reductie van de stijfheid van het samengestelde materiaal tot circa 70%, zodat de waarde 0,4 bedraagt. Hierin is de mate van afname van de aanhechting tussen de wapening en het beton in de tijd verwerkt.
αe . . . . de effectieve verhouding van de elasticiteitsmodulussen
ςp,eff . . . . effectief wapeningspercentage
Ac,eff . . . . het effectieve oppervlak van het getrokken beton rondom de wapening (bepaling van Ac,eff hieronder)
As,eff . . . . het oppervlak van de aanhechtende wapening binnen het oppervlak Ac,eff
Ap´ . . . . is het oppervlak van de voor- of nagespannen spanelementen binnen Ac,eff
ξ1 . . . . . is de aangepaste verhouding van de aanhechtsterkte, rekening houdend met de verschillende diameters van voorspanstaal en wapeningsstaal:
ξ . . . de verhouding van de aanhechtsterkte van voorspanstaal en wapeningsstaal (Tabel 6.2)
ϕs . . grootste staafdiameter van het wapeningsstaal
ϕp . . de diameter of equivalente diameter van het voorspanstaal
Voor bundels is Ap het oppervlak van de wapening in het spanelement
Voor enkele zeven-draads strengen, waarbij φwire de draaddiameter is
Voor enkele drie-draads strengen, waarbij φwire de draaddiameter is
Als uitsluitend voorspanwapening wordt toegepast om scheurvorming te beperken, moet het volgende worden aangehouden.
In voorgespannen staven is een minimale hoeveelheid aanhechtende wapening niet vereist, zolang onder de karakteristieke belastingcombinatie en de karakteristieke waarde van de voorspankracht de trekspanning in een willekeurige vezel niet groter is dan de treksterkte van het beton, fct,eff. (zie EN 1992-1-1, hoofdstuk 7.3.2 voor meer details)

Het effectieve oppervlak van het getrokken beton
Een belangrijke, maar tegelijk de meest gecompliceerde stap van de berekening is het bepalen van het effectieve oppervlak van het getrokken beton rondom de wapening. Zowel Eurocode als Model Code gaan uit van eenvoudige belastingsituaties, waarbij het element van gewapend beton wordt belast door uniaxiale buiging of trek. De waarde van de effectieve hoogte wordt bepaald als:

Meestal is de waarde hc,eff = 2,5(h-d) maatgevend. Voor getrokken elementen is de bovengrens h/2, terwijl deze voor gebogen elementen (h-x)/3 bedraagt. Het oppervlak Ac,eff wordt echter ook begrensd door de breedte die volgt uit de vergelijking 5(c+ϕ/2). Als de onderlinge afstand van de wapeningsstaven groter is dan 5(c+ϕ/2), wordt voor de afzonderlijke staven het effectieve oppervlak van het getrokken beton met een breedte van 5(c+ϕ/2) aangehouden.

Maximale scheurafstand
Bij de berekening van de maximale scheurafstand sr,max kunnen twee situaties optreden:
- De hart-op-hartafstand van de aanhechtende wapening is niet groter dan 5(c+ϕ/2) - Afb. 9a
- De hart-op-hartafstand van de aanhechtende wapening is groter dan 5(c+ϕ/2) - Afb. 9b
De berekening van de maximale scheurafstand sr,max voor het geval dat de hart-op-hartafstanden van de wapening niet groter zijn dan de waarde 5(c+ϕ/2) is als volgt gedefinieerd:
c . . . . . waarde van de betondekking in mm. Aangezien de betondekking voor de randwapening zowel aan de horizontale als aan de verticale randen verschillend kan zijn, wordt aanbevolen de maximale betondekking aan te houden die voor de beschouwde wapening wordt aangetroffen.
ϕ . . . . diameter van de aanhechtende wapening. Bij verschillende wapeningsdiameters moet de equivalente diameter worden berekend volgens EN 1992-1-1, vergelijking 7.12.
k1 . . . . is een coëfficiënt die rekening houdt met de aanhechtingseigenschappen van de aanhechtende wapening
- k1 = 0,8 voor staven met hoge aanhechting
- k1 = 1,6 voor staven met een effectief glad oppervlak (bijv. spanelementen)
k2 . . . . is een coëfficiënt die rekening houdt met de verdeling van de rek
- k2 = 1,0 voor buiging
- k2 = 0,5 voor zuivere trek

Voor excentrische trek of voor lokale gebieden moeten tussenliggende waarden van k2 worden gebruikt, die kunnen worden berekend met de relatie:

k3 . . . . coëfficiënt die de lengte uitdrukt van het gebied nabij een scheur waar de aanhechting tussen het beton en de wapening is verbroken. De aanbevolen basiswaarde van EC k3 = 3,4 kan worden gewijzigd door de Nationale Bijlage.
k4 . . . . coëfficiënt die de relatie uitdrukt tussende aanhechtsterkte en de treksterkte van het beton. De aanbevolen basiswaarde van EC k4 = 0.425 kan worden aangepast door de Nationale Bijlage.
De berekening van de maximale scheurafstand sr,max voor het geval dat de hart-op-hartafstanden van de wapening groter zijn dan de waarde 5(c+ϕ/2) is als volgt gedefinieerd:
Maximale scheurafstanden volgens de vergelijking
moeten altijd groter zijn dan de waarden die volgen uit de vergelijking
anders wordt aanbevolen de grootste afstand aan te houden die uit bovenstaande vergelijkingen volgt. De vergelijking voor de rek in het beton en de wapening wordt niet aangepast voor het geval van een grote hart-op-hartafstand van de wapening. In gebieden met beheerste scheurwijdten mag de hart-op-hartafstand van de afzonderlijke wapeningsstaven niet groter zijn dan 5(c+ϕ/2).
Berekening van de scheurwijdte in RCS
Bepaling van het effectieve oppervlak Ac,eff
Omdat het niet eenvoudig is te bepalen welke wapening als in lengterichting scheurbeperkende wapening kan worden beschouwd, wordt Ac,eff bepaald met het volgende iteratieve proces.
- Van alle op trek werkende wapening wordt het zwaartepunt van de trekkracht Cg,s,1 bepaald. De effectieve hoogte van de wapening d is de afstand tussen Cg,s en de meest gedrukte betonvezel, berekend in de richting van het resulterende buigend moment. Tegelijkertijd worden de ligging van de neutrale lijn en de hoogte van het gedrukte gebied x voor de gescheurde doorsnede bepaald. Hiermee kan de effectieve hoogte hc,eff worden bepaald:

- Door alle wapening die buiten Ac,eff,1 ligt uit te sluiten, wordt het nieuwe zwaartepunt van de wapening Cg,s,2 bepaald, samen met de nieuwe effectieve hoogte van de wapening d. De effectieve hoogte hc,eff wordt op dezelfde wijze bepaald als in de vorige stap, alleen met gewijzigde invoerwaarden.

Opnieuw wordt gecontroleerd of alle beschouwde getrokken wapening binnen Ac,eff,2 ligt. Als aan deze voorwaarde is voldaan, kan de iteratie worden beëindigd en worden de waarden hc,eff,2, Ac,eff,2 en As,eff,2 als resultaat weergegeven in IDEA StatiCa RCS.
Mogelijke situaties bij de berekening van de scheurwijdte
In het algemeen kunnen er drie situaties optreden bij de berekening van scheurwijdten:
- De getrokken wapening ligt in het gebied Ac,eff, waarbij de hart-op-hartafstand van de afzonderlijke wapeningsstaven kleiner is dan 5(c+ϕ/2). Dan worden de volgende definities gebruikt voor de berekening:
- De getrokken wapening ligt in Ac,eff, waarbij de hart-op-hartafstand van de afzonderlijke wapeningsstaven groter is dan 5(c+ϕ/2). Dan worden de volgende definities gebruikt voor de berekening:
- De getrokken wapening ligt niet in Ac,eff (dit kan bijvoorbeeld worden veroorzaakt door een grote betondekking).

In dit geval zou het niet mogelijk zijn de scheurwijdte te berekenen. Daarom wordt de berekening van de effectieve hoogte hc,eff als volgt aangepast:
Tegelijkertijd wordt de volgende afwijking weergegeven:
Het effectieve oppervlak van het getrokken beton rondom de wapening of de spanelementen met hoogte hc,eff, waarbij hc,eff de kleinste waarde is van 2,5(h – d) of h/2. Bij het aanhouden van de waarde (h – x)/3 ligt de wapening buiten het effectieve oppervlak van het getrokken beton. Daarom zou het niet mogelijk zijn de scheurwijdte te berekenen volgens artikel 7.3.4.
N-M-κ diagram
Het N-M-κ diagram toont de kromming (buigstijfheid) van een element als functie van een aangebrachte buigend moment en normaalkracht. Er zijn drie typen N-M-κ diagrammen:
- korte duur,
- lange duur
- UGT.
Deze diagrammen verschillen in de typen spanning-rek diagrammen die voor de berekening worden gebruikt (hieronder toegelicht).

De stijfheidsberekening voor geselecteerde karakteristieke toestanden van de doorsnede wordt gebruikt om het N-M-κ diagram te bepalen. In het algemeen kan dit elke doorsnedetoestand zijn waarvoor de respons wordt berekend en waaruit de buigstijfheid en kromming worden afgeleid. In IDEA RCS beschouwen we vier karakteristieke punten (Mr, Mc, Ms en Mu)
Mr - het scheurmoment
De doorsnede wordt belast met een door de gebruiker gedefinieerde normaalkracht en het rekvlak begint te roteren (in de richting van het opgegeven buigend moment) totdat de uiterste treksterkte van het beton in een betonvezel wordt bereikt (voor betonsterkteklasse C30/37 is dit fctm = 2,896 MPa). Voor de berekening wordt een bilineair spanning-rek diagram met een horizontale plastische tak gebruikt voor zowel wapening als beton.

Mc - het buigend moment waarbij de druksterkte van het beton wordt bereikt
Uit de vorige stap wordt de meest benutte betonvezel op druk bepaald. Voor deze vezel wordt de rek bij de uiterste sterkte van het beton ingesteld (fck/Ecm voor korte duur, fck/Eceff voor lange duur en fcd/Ecm voor het UGT-diagram). Op basis van de gedefinieerde normaalkracht en de richting van het buigend moment wordt het iteratieproces voor het vinden van het rekvlak uitgevoerd om evenwicht te vinden tussen de respons van de doorsnede en de gedefinieerde normaalkracht. Voor de berekening wordt een bilineair spanning-rek diagram met een horizontale plastische tak gebruikt voor zowel wapening als beton.

Ms - het buigend moment waarbij de vloeigrens in het meest benutte wapeningsstaal wordt bereikt
Een ander karakteristiek punt van het N-M-κ diagram is de spanningstoestand van de doorsnede waarbij de vloeigrens in het meest benutte wapeningsstaal wordt bereikt (de rek van het wapeningsstaal is gelijk aan fyk/Es voor de diagrammen voor korte en lange duur, fyd/Es voor het UGT-diagram). Het iteratieproces vindt evenwicht van de normaalkrachten in de doorsnede door het rekvlak te roteren rond het punt dat wordt bepaald door de positie van het meest benutte wapeningsstaal. Voor de berekening wordt een bilineair spanning-rek diagram met een horizontale plastische tak gebruikt voor zowel wapening als beton.

Mu - het buigend moment in de uiterste grenstoestand
Dit is het uiterste draagvermogen van een doorsnede op buiging, wanneer de doorsnede wordt belast met de gedefinieerde rekenwaarde van de normaalkracht Ned. Voor de berekening van het draagvermogen van de doorsnede wordt aangenomen dat de druksterkte in de meest benutte betonvezel en de treksterkte in het meest benutte wapeningsstaal worden bereikt (maximale rek voor beton εcu = 0,1 en voor wapening εs,max = 0,5. Voor de berekening wordt een bilineair spanning-rek diagram met een horizontale plastische tak gebruikt voor de wapening en een parabool-rechthoek diagram voor het beton.

De resulterende stijfheid en kromming voor de door de gebruiker gedefinieerde combinatie van normaalkracht en buigend moment ( Md) worden vervolgens berekend met lineaire interpolatie tussen de afzonderlijke karakteristieke punten van het N-M-κ diagram.
Berekening van stijfheden en krommingen
De stijfheden en krommingen voor elke spanningstoestand van de doorsnede (Mr, Mc, Ms of Mu) worden rechtstreeks berekend uit de rotatie van het rekvlak.
EAx . . axiale stijfheid van het element
N . . . . de opgegeven normaalkracht
εx . . . axiale rek in het zwaartepunt van de betondoorsnede
EIy . . . buigstijfheid van het element
M . . . het berekende buigend moment Mr, Mc, Ms of Mu
κ . . . . de kromming van het element, berekend als de tangens van de hoek tussen het rekvlak en de lengteas van het element
Praktijkvoorbeeld
Een betondoorsnede (betonsterkteklasse C30/37) is gewapend met wapening ϕ32 (kwaliteit B500B). De gedefinieerde quasi-permanente combinatie is N = -730 kN en My = 557 kNm.
Het rekvlak voor het karakteristieke punt Ms wordt door IDEA RCS als volgt bepaald:


Spanning-rek diagrammen die voor de berekening worden gebruikt
Wapening - Mr, Mc, Ms en Mu

Beton - Mr, Mc, Ms

Beton - Mu

Literatuur
[1] Bradáč Betonové konstrukce (betonconstructies), deel 1: Dimensionering van staven van gewapend en ongewapend beton, EXPERT Ostrava, 1996
[2] ČSN EN 1992-1-1 (73 1201) Eurocode 2: Ontwerp en berekening van betonconstructies - Deel 1-1: Algemene regels en regels voor gebouwen, incl. wijziging NA ed. A (2007) en herziening 1 (2009)
[3] ČSN EN 1992-2 (73 6208) Eurokód 2: Navrhování betonových konstrukcí - Část 2: Betonové mosty - Navrhování a konstrukční zásady
[4] Navrátil, J. Předpjaté betonové konstrukce. 2. vydání, Akademické nakladatelství CERM, Vysoké učení technické v Brně, Fakulta stavební, 2008
[5] Šmiřák, S. Pružnost a plasticita I, Vysoké učení technické v Brně, Akademické nakladatelství CERM, Brno, 1999
[6] Vondráček, R. Numerical Methods in Nonlinear Concrete Design, Diplomová práce, ČVUT, Praha, 2000
[7] Zich, M. en collectief Konstrukční Eurokódy - Příklady posouzení betonových prvků dle Eurokódů, online boek http://www.stavebniklub.cz/konstrukcni-eurokody-onbecd/, Verlag Dashöfer, 2010
Probeer IDEA StatiCa gratis
Start vandaag uw proefperiode en geniet 14 dagen lang van volledige toegang en service, geheel gratis.
Start gratis proefperiode

